0
Home
Downloads
Aanleiding
Hoe werkt het?
Voorbeeldmelding
Meldingsformulier
Contact
Links
Downloads
0
 
1 2

Waarom registreren van bouwincidenten?

Een centrale registratie van voorvallen waarbij de constructieve veiligheid van bouwwerken in het geding is, helpt om veiligere bouwwerken te realiseren: niet alleen instortingen maar ook bijna instortingen en (voorkomen) schades kunnen worden geanalyseerd en gecommuniceerd naar de praktijk. Eventuele trends kunnen worden gebruikt voor een gerichte aanpak in de vorm van onderzoek, verbeteringen en evaluatie van regelgeving.

Er zijn verschillende aanleidingen geweest die tot het opzetten van deze registratie hebben geleid. In 2002 zijn verschillende lichte platte daken ingestort, waarna minister Dekker in haar brief van 14 juni 2004 aan de voorzitter van de Tweede Kamer de aanbeveling deed om een systeem op te zetten om bouwkundige calamiteiten te registreren en systematisch onderzoek mogelijk te maken.

Het CUR project ‘Leren van Instortingen!’ is in 2005 gestart met het systematisch onderzoeken van instortingen met als doel lering daaruit te trekken en te voorkomen dat dezelfde fouten weer gemaakt worden. De ambitie is om een versterking van de veiligheidscultuur in de bouwsector te bewerkstelligen. Men heeft hier vooral de constructieve veiligheid voor ogen. Het CUR project 'Leren van Instortingen!' legt de nadruk op het invoeren van verbeteringen in het bouwproces die de constructieve veiligheid waarborgen en op het evalueren van de resultaten daarvan; zij doet dat onder de naam Platform Constructieve Veiligheid. Hierin kunnen alle in het bouwproces betrokken partijen, die een rol spelen bij constructieve veiligheid, deelnemen.

Daarnaast heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het kader van de problemen met gevelbeplating van gebouwen in 2006 een aanbeveling gedaan aan BNA, Bouwend Nederland en NLingenieurs (destijds ONRI) in de richting van een centrale registratie. Deze organisaties participeren in ABC en geven daarmee opvolging aan de aanbeveling van de Onderzoeksraad.

TNO heeft, na eerdere voorstudies en eigen onderzoek, dit registratiesysteem verder uitgewerkt in opdracht van het Platform Constructieve Veiligheid. Tussen mei 2008 en mei 2009 is met succes een pilot uitgevoerd, waarna besloten is de registratie een permanent karakter te geven. De registratie is nu opengesteld voor alle bij de bouw betrokken partijen. De meldingen worden vertrouwelijk behandeld en geanonimiseerd voordat met de analyse wordt begonnen.